Cotobro Almuñécar Costa Tropical

Vecinos...

Leuk als je ons wilt volgen! Schrijf je via onderstaande button in voor onze nieuwsberichten en ontvang tevens de logingegevens om gratis ons e-book Lolapaluza te downloaden. Stuur een vriendschapsverzoek op Facebook en volg ons op Instagram:

Salobreña, 28-aug 2021, Reijer Staats

Vecinos, Neighbours, Buren: één van de langstlopende televisieseries uit Australië over het dagelijkse leven van de bewoners van Ramsay Street in een fictieve buitenwijk. Het is een korte straat die bestaat uit zes huizen met als bewoners onder andere Kylie Minogue en Jason Donovan. De wijk heeft ook een school, ziekenhuis, werkplaats, hotel, winkel, bar en een sportschool, waar veel van de perikelen zich afspelen.

Ons leven speelt zich af in Andalusië. In het benedendorp, de Barrio Bajo van Pinos del Valle in de Lecrín Vallei en in Villa Merise in een community met 7 huizen in Costa Aguilera Alta, iets buiten Salobreña. Ik schreef al eerder dat wij ons soms wanen op de set van één van de films van de Spaanse regisseur Pedro Almodóvar met de vele absurde soapachtige verhaallijnen. En ja, wij genieten hier, soms met de nodige verbazing en ongeloof, vooral intens van!

Een deel van de patio van ons hoofdverblijf Guesthouse Lolapaluza.

Johan zet me af bij de voordeur van Lolapaluza, ons huis in Pinos. Het is half vijf ´s middags en de thermometer tikt ruim 40°C aan. Op het heetst van deze dag hebben we een wandeltrip door de Barranco de Luna gedaan, waar het kristalheldere koude water in de diepe schaduwrijke kloof als een soort natuurlijke airco werkt. De afdaling ernaartoe, maar vooral de klim terug naar de parkeerplaats waren onaangenaam en Spaans benauwd in de volle zon. Francis, de zus van Johan, zwager Han en de kids staan daar nog op de parkeerplaats met een oververhitte auto, die weigert te starten. 

Niet voor de eerste keer, maar de wandeling door de Barranco de Luna  blijft fantastisch!

Barranco de Luna

Ik wip daarom snel naar binnen voor wat verfrissende blikjes, die Johan wil meenemen voor de dorstige family. Direct na aankomst in Saleres zal hij de familieleden meenemen naar Lolapaluza, waar ze vervolgens aan de rand van ons zwembad relaxed kunnen wachten totdat de auto weer is afgekoeld. Johan voelt logischerwijs nogal wat urgentie om de verhitte familie te redden. Wanneer hij wil wegrijden echter blokkeert een bekende auto van een onbekende buurman, niet voor de eerste keer, het straatje. De donkere Citroën Picasso staat dubbel geparkeerd naast een volgestorte puinbak, die voor een renovatieproject nabij ons huis wordt gebruikt. De Andalusische siësta is op dit tijdstip nog in volle gang, maar er zit niets anders op dan bij de buren aan te bellen. 

Ik start bij nummer 20. Een vriendelijke slaperige señora, die ik herken van een andere straat waar zij blijkbaar de achterdeur als hoofdingang gebruikt, opent haar voordeur en antwoordt niet te weten van wie “el coche negro” is. Ze steekt het straatje over en doet haar hoofd door het vliegengordijn naar binnen bij Angéla en Salvador, bijgenaamd Malle Pietje naar de verzamelaar en eigenaar van de rommelige antiekwinkel uit de serie Swiebertje. Na enkele keren roepen verschijnt Angéla in de deuropening. Synchroon met de oudere zoon van de señora, een altijd vriendelijke vent, wordt met de vingers, zwijgend maar knikkend naar nummer 18 gewezen. Angéla gebaart, terwijl ik op de bel druk, dat ik beter kan kloppen en als ik aanklop roept ze “Más fuerte!”, gebarend dat ik echt moet rammen. Een dromerige muchacho met een ontbloot bovenlijf en enkel een gouden kruisje om zijn nek komt tevoorschijn van achter het kleine raampje naast de deur. 

Hij stuurt zijn vader op me af, die chagrijnig voor zich uitkijkt, terwijl hij zwijgzaam met me oploopt naar zijn auto. Vanuit de diverse deuropeningen gadegeslagen door Angéla, de señora van nummer 20 en haar zoon, vraag ik de nukkige man waarom hij de straat blokkeert. Als mede-straatbewoners moeten wij toch ook wel eens met onze auto iets aan de voordeur afzetten en om de hoek is tenslotte een groot parkeerterrein, waar wij ook parkeren. Onaardig wuift hij naar Johan, hem naar achteren wenkend, zodat meneer zelf zijn auto een ander straatje in kan manoeuvreren. 

Als de rust is wedergekeerd, de gestrande auto van de familie weer start en wijzelf ook zijn opgefrist verlaten we aan het einde van de middag, rond 19.30 uur, ons huis. Robin en Karin, één van de allereerste niet-Spaanse bewoners van de pueblo hebben ons uitgenodigd voor een etentje. Een avond met onze vriendelijke Engels-Zwitserse buren - vooral Brits gezien de typische droge humor - staat garant voor een hoop lol en gezelligheid. Hun enorme casa heeft een grote houten Andalusische poort. Daarachter loopt een overdekte binnenplaats over in de patio met zwembad en in de lommerrijke tuin met fantastisch uitzicht op de Sierra Nevada. Rondom deze buitenruimte heen bevinden zich, in haciënda stijl, de vertrekken van het huis.

In het overdekte stukje direct achter de poort staat de tafel reeds gedekt. Een grote staande ventilator draait fullspeed over de tafel heen. Ik ga zitten met een zucht in de verkoelende zich verplaatsende lucht. Vandaag eten we Raclette: het winterse Zwitserse recept met gesmolten kaas onder de grill. Ik herinner me ineens dat we dit ook zo besproken hadden toen Karin en Robin rond de Kerst, onder iets andere weersomstandigheden, bij ons te gast waren. Precies tussen mij en de ventilator in komt op de tafel de raclette grill. Wanneer deze wordt ingeschakeld begin ik weer te zweten. De geventileerde lucht wordt door de grill flink opgewarmd en blaast midden in mijn gezicht. Ook de heerlijke wijnen worden warmer gedronken dan de geadviseerde 19 graden. We lachen er met z’n vieren hartelijk om.  

Over het reilen en zeilen van onze vecinos in de afgelopen kwarteeuw schudt Robin de mooiste verhalen uit zijn mouw, uiteraard met een droog Brits humoristisch sausje eroverheen. Zo vertelt hij over de oude Horacio, die bij ons beneden woont, aan het einde van het straatje. De vermagerde Spanjaard Horacio loopt de laatste jaren alleen nog kleine ommetjes achter zijn rollator en als we elkaar op straat bij één van zijn standaard rustpunten tegenkomen zeggen we elkaar altijd vriendelijk “buenas tardes”. Hij herkent mij waarschijnlijk alleen dankzij de dalmatiër die aan de lijn meeloopt. Tot tweeëneenhalf jaar terug echter, was Horacio nog altijd dagelijks in de weer in zijn groentetuin grenzend aan onze Casa Una Más. Het stukje grond met de kleine alberca als waterdepot en de grote avocadoboom stond altijd vol met sappige tomaten, rode en groene paprika’s, enorme courgettes, kroppen sla en snijbloemen. 

De voormalige huerta (groentetuin) van Horacio naast Una Más.

Casa Una Más

Tegenwoordig ligt de huerta er wat zielig en onbewerkt bij met alleen drie aangeplante onderhoudsarme fruitbomen. “O wee als je je auto voor het huis van Horacio parkeert!”, zet Robin in, refererend aan ons voorval die dag met nummer 18. “Hij zou er zonder aarzeling een lange golvende kras met zijn sleutels inzetten.” Toen Peter en Stella, die Casa Una Más aan ons hebben verkocht, in 1997 de stal tot woonhuis lieten ombouwen, was er met Horacio een klein dispuut over de erfgrens. Deze zou in zijn beleving en volgens de overlevering, iets meer in zijn voordeel moeten hebben gelegen. Het dispuut escaleerde volgens Robin enorm tijdens een onderonsje aan beide zijden van de erfgrens. Peter, die geen woord Spaans sprak en Horacio, die natuurlijk geen woord Engels in zijn vocabulaire had, bekogelden elkaar steeds luider met argumenten, ieder in zijn eigen taal natuurlijk. Robin voegt toe: “De verbale  uitingen werden harder en harder, alsof ze beiden dachten dat harder schreeuwen in het Engels vanzelf Spaans werd en omgekeerd.” Vanaf toen werd het muurtje dat Peter en Stella overdag op de erfgrens lieten optuigen iedere nacht door Horacio weer afgebroken.

Tussen Lolapaluza en Robin en Karin staat een gigantisch wit traditioneel herenhuis met een dubbele openslaande poort met twee gietijzeren deurkloppers en een omheinde binnenplaats voorzien van een enorme schuifdeur. Het ligt op een hoek met de straat aan drie zijden. Een allervriendelijkste Marokkaanse dame, genaamd Aïda, blijkt er parttime te wonen. Als ze er is dan is dat altijd duidelijk dankzij het geluid van de kleine waakse schoothondjes die zich in haar directe nabijheid bevinden. Aan de achterzijde van het huis aan onze straat komen ons door een raampje soms de heerlijkste Marokkaanse kookgeuren tegemoet. Tegenover de voorzijde van haar huis ligt achter een lage muur een schaduwrijke begroeide patio, bestraat met keitjes in cement. Er staat een fontein in het midden en er groeit geurende jasmijn over de muur. In de patio staan potten met zomerbloeiers en vetplanten en tegen de muur grenzend aan het parkeerterrein staan hoge volwassen fruitbomen. De takken met de bijna gerijpte granaatappels groeien over en door de terracotta tuinmuur heen en kun je plukken vanaf het parkeerterrein. Soms als ik er de auto parkeer en uitstap hoor ik zacht religieus gezang uit de tuin komen en ik waan me dan in Jeruzalem in plaats van in Zuid-Spanje.  

Door enkele hoge bomen heen vangen Robin en Karin vanaf hun dakterras soms een glimp op van de binnenplaats van Aïda. Toen zij nog samenleefde met haar man, was de binnenplaats in gebruik als een enorme schroothoop, waarbij die van buurman Malle Pietje verbleekt. Terwijl Robin vertelt dat er een enkele keer zelfs een oude sloopauto stond, komt bij mij de oprit van Onslow uit de comedy Schone Schijn op de voorgrond, waarin een grote hond woonde die Onslow's schoonzus Hyacint altijd de stuipen op het lijf joeg. In mjn fantasie zou de sloopauto dienst doen als hok voor de keffende hondjes van Aïda. Eens in de zoveel tijd, als haar man het weer te bont had gemaakt met zijn schrootverzameling liet zij een vrachtwagen met grijper komen om alles af te voeren. 

Op de verjaardag van Dominique arriveren we op het strakke dakterras van de Belgjes, beneden aan de boomgaard van de Barrio Bajo. Tot mijn grote vreugde zie ik aan de voorzijde van het terras Boefje staan, die in mijn zesentwintigste blogpost Dutchies in Spain werd geïntroduceerd. Hij is in gesprek met onze geliefde vecinos, Josefina en Juan Antonio, die al vanaf aflevering 1 meedoen. Wat leuk dat er ook Spaanse buren op de verjaardag van Dominique zijn uitgenodigd! Ik loop naar Boefje toe en wil een gesprek over wijn en wijnbouw beginnen en eigenlijk bij hem solliciteren voor een stageplek. Ik wijs naar de Sierra de la Contraviesa, de bergrug met wijngaarden in la Alpujarra waarop we nu uitkijken. Boefje pakt direct zijn telefoon om mij wat foto’s van het kurkeikbos op de bergrug te laten zien. Hij was er vandaag toevallig geweest. Ik moet echt beter Spaans leren, want de boodschap om bij hem in de leer te gaan komt niet helemaal over. Gezien de vele nevenwerkzaamheden van Boefje, één ervan is het openen en sluiten van de vele sluisjes in de acequias, de irrigatiekanalen met Moorse oorsprong ter bevloeiing van de boomgaarden, verlaat hij alweer het toneel, om later als het donker is pas weer terug te keren. Ik zie Boefje vanaf het dakterras de campo inlopen. 

Over wijn gesproken. Sinds kort verdiepen we ons weer wat meer in de Granadawijnen, omdat onze Madrileense gasten die een week in Guesthouse Lolapaluza verblijven graag iedere avond een regionale, maar wel goede fles rood drinken met de heerlijke tapas van Johan als bodem. 

De tekening die Eduardo van onze patio maakte. In deze Instagrampost is te lezen wat Maria op de achterkant schreef.

Guesthouse Lolapaluza

In de Cuatro Latas rijd ik naar Bodega Señorio de Nevada voor een doos van onze favoriete Plata. Op een woensdagochtend spreek ik af met Carlos Ruiz in de authentieke Tapasbar El Arca de Manuel in Restábal. Deze stoere wijnboer van Bodega Alto Valle, zit op een barkruk aan een wijnvat een cerveza te drinken en van een tapa te genieten. Hij vraagt of ik ook iets wil en vertelt, omhoog wijzend, dat zijn wijngaard is gelegen op een hoogte van 840 meter boven zeeniveau. Ik rijd weg met 2 gegraveerde wijnglazen van het huis en een doos met drie flessen Arrendajo Reserva 2019 en drie jonge Roble uit het oogstjaar 2020. Op het etiket van de Reserva lees ik dat de wijn van biologische oorsprong is, dat het productieproces ambachtelijk is en dat er slechts 150 flessen gebotteld zijn. In de wijnkoelkast hebben we daarnaast nog enkele flessen Guindalera van Bodegas Calvente staan en een paar van Cuatro Vientos, die we tijdens onze wijntour Un dia alpujarreño hadden meegenomen. 

Tenslotte hebben we nog één bijzonder flesje Viña de Jorairátar uit la Alpujarra, met dit eenvoudige etiket. Dit geschenk van Azucena, een buurvrouw uit Salobreña, drinken we natuurlijk zelf op.

Viña de Jorairátar

Omdat Boefje is vertrokken, schuif ik door naar de andere vecinos. Juan Antonio staat me alweer guitig aan te kijken. Altijd wanneer hij Johan en mij samen ziet dan wijst hij naar Johan, die volgens hem “mucho mejor” Spaans spreekt dan ik. Na dit wederom te hebben benoemd, volgt nu zijn vermakelijke lachsalvo. Ik hap natuurlijk direct, wat het voor Juan Antonio aantrekkelijk maakt om deze zelfde opmerking de volgende keer weer te maken. Johan, die volgens mij beter is in het luisteren en het begrijpen, laat mij altijd, enigszins gepusht, het praatwerk doen en zo ga ik uiteraard makkelijker de fout in en sta ik regelmatig voor schut. 

Omdat de Belgjes, gastronomisch als ze zijn het eten op de borrel rijkelijk rond laten gaan, vraagt Juan Antonio wie er bij ons thuis eigenlijk voor het eten zorgt. Ik wijs naar Johan terwijl ik val over de uitspraak van het woord keuken: cocina. De eerste c spreek ik uit als een “k”; wat goed is. De tweede echter ook en Josefina verbetert mij direct. Ze herhaalt het woord en spreekt de tweede c uit als een “s”.  Ik herhaal: “Aah, kosina?” Maar strenge Josefina verbetert me weer. Tot wel drie keer toe. In het Spaans is er schijnbaar een s-klank, die het midden houdt tussen een gewone harde “s” en een zachtere Engelse “th”: kosthina dus. 

Van het gezicht van onze vriendin Machteld is duidelijk een vraag af te lezen: "Wie is nu precies wie?" Boefje kende ze al vanuit de bar en in ons blog had ze gelezen dat Josefina onze buurvrouw was. “Zijn Boefje en zij dan een stel?”, vraagt Machteld, omdat Boefje ook Juan Antonio heet. Ik stel Machteld aan Josefina voor als "La Belgica de casa azul, opuesto a la panadería." In het smalle straatje van de bakker is de blauwe gevel van Hans en Machteld namelijk een ware blikvanger. Josefina weet direct op welk huis ik doel. Ze zegt het goed te kennen en er vaak te zijn geweest toen er nog een amiga van haar woonde. Josefina zou het heel graag weer eens van binnen willen zien om te kijken hoe Hans en Machteld het gerenoveerd hebben. Terwijl we een afspraak maken krijg ik ineens een déjà-vu. De herinnering aan een etentje met Hans en Machteld in Lanjarón, zo'n 2 á 3 jaar geleden komt weer bij mij op. Twee volwassen zussen, één van de eerste gasten in de B&B, waren ook heel benieuwd wat Hans en Machteld ervan gemaakt hadden. Ze waren namelijk in het huis opgegroeid, bleek later. Terwijl wij op het terras in Lanjaron zaten en het begon te schemeren kreunde de telefoon van Hans met vele verschillende geluiden van binnenkomende sms'jes en oproepen. Na hun bezoek aan de lokale Bar Venecia, waren de gezusters inmiddels teruggekeerd in de B&B en was er toch wel grote paniek. De zussen waren bang geworden in het donkere en stille huis en hadden blijkbaar niet alleen maar goede herinneringen. Ze hadden zichzelf opgesloten in hun kamer en vroegen paniekerig wanneer Hans en Machteld alsjeblieft weer thuis zouden kunnen komen. 

Een kajak van The Guardian Sea Club in Salobreña met Villa Merise op de achtergrond.

Kajak Guardian Sea Club met Villa Merise op de achtergrond

De warme maand augustus glijdt aan ons voorbij. We verwelkomen veel gasten, bekenden, familie en vrienden. We serveren de nodige ontbijtjes, wijnen en tapas en adviseren over de mooiste wandelingen door o.a. rivierbeddingen, de leukste uitjes en de lekkerste restaurants in de regio. Soms gaan we zelf ook mee. Na een ochtend kajakken met familie en vrienden praat ik later thuis wat na met de Madrileense gasten in Guesthouse Lolapaluza, die de kajaktocht vanuit the Guardian Sea Club een dag of twee eerder hadden gedaan. Maria vraagt of ik nog merluza (heek) heb zien zwemmen. Ik was in de kajak voornamelijk bezig met podencootje Mèlo, die, omdat ik een kajak deelde met Sebastian en Johan eentje met zijn zus Francis, nogal onrustig was en continue van de ene kajak naar de andere wilde overstappen. Heel veel oog voor mijn omgeving had ik dus niet. 

Maria gaat erop door, dat het nogal veel merluza was toen zij er ronddobberden en dat zou volgens haar komen doordat het aantal “tortugas” in de Middellandse Zee sterk is afgenomen door het plastic. Ik: “Tortugas?” Maria: “Si, son animales”, terwijl ze met een hand een happend mondje uitbeeldt dat merluza eet. Ik: “Son peces (vis)?” Eduardo vanuit zijn ligstoel: “No, son amfibios!”, terwijl hij schoolslag zwembewegingen met zijn armen maakt. Ik blijf even zwijgzaam naar hen staren en op mijn voorhoofd verschijnt waarschijnlijk een groot vraagteken. Hierop staat Maria op uit haar ligstoel, knielt langs de zwembadrand en loopt met hele trage bewegingen op handen en knieën vooruit, waarmee ze ook met expressie op haar gezicht het dier nadoet. Er valt nog geen kwartje. Ook Eduardo staat nu op en beeldt een grote ronding uit boven de rug van Maria. “Aaah, turtle!”, roep ik uit in het Engels. In plaats van merluza had ik dan waarschijnlijk ook medusa moeten hebben verstaan. Ik had ze zelf niet gezien, maar blijkbaar verorberen zeeschilpadden zo af en toe een kwal.

Langzaam nadert 24 augustus, de sterfdag van mijn zus Meris. Ik merk in de aanloop ernaartoe, dat ik veel met de periode vlak voor haar overlijden vorig jaar bezig ben en ik koester de berichtjes, kaarten en foto’s uit de laatste periode dat ze nog leefde en die ik nu terugkijk . Wij verblijven zelf in Villa Merise, omdat Guesthouse Lolapaluza nu in zijn geheel is verhuurd voor privégebruik. Op de vierentwintigste komt de Vuelta a España langs de achtertuin van Villa Merise en ik heb me maar voorgenomen dat dat ook bijzonder is en dat ik ervan mag genieten. We hebben buurvrouw Teresa met haar vriendin Encarma uitgenodigd, Robin en Karin uit Pinos komen langs en Sebastian en Perry met zijn zoon zijn van de partij. In een flits zien we het peloton renners aan ons voorbijgaan, met als bewijs dit zelf geschoten filmpje. Nadat de strijdende karavaan met “vamos chicos!!” en de dienstdoende Guardia Civil met “hola guapos!!” door met name de Spaanse ladies luid zijn aangemoedigd, kunnen we gezamenlijk aanschuiven voor een Oosterse lunch. 

De meeste Spanjaarden worden wat verlegen met de Guardia Civil in hun omgeving. Zo niet Teresa. Er komt een vurig verhaal uit de oude doos op tafel waarin Teresa vertelt ooit om 03.00 ’s nachts te zijn aangehouden op deze weg naar haar huis met waarschijnlijk een glaasje teveel op. Het was de tijd van de eerste alcoholcontroles halverwege de jaren ’70 en de politie testte voor het eerst het welbekende blaaspijpje. Teresa moest blazen, maar ze ging de discussie aan: “Waarom blazen? Het apparaat zal exploderen!! Geef mij maar gewoon de boete, dan kan ik naar huis en gaan slapen!” Maar de jongens van de Guardia waren volhardend: ze moest en zou blazen. Teresa nodigde hen dan maar bij haar thuis uit om hen te overtuigen onder het genot van nog een drankje. Tegen 05.00 uur in de ochtend, na het nodige onderhandelen en de nodige drank, was het haar dan eindelijk gelukt en dropen de politiemannen af. Furieus was ze de volgende dag, toen er alsnog een brief op de mat lag, waarin datum en tijd stonden vermeld waarop zij zich met haar advocaat bij de rechtbank in Granada mocht komen verantwoorden. Geen van haar vrienden met wie zij de betreffende avond doorbracht wilden getuigen en ze verbrak met hen direct de vriendschap. De enige getuige was de Guardia Civil. Op de dag des oordeels vreesde Teresa voor het ergste. De mannen van de Guardia Civil kwamen echter niet opdagen en Teresa ging vrijuit. 

Ik rond het derde deel, hoofdstukken 7 t/m 9, van Teresa’s memories af, vertaal deze naar het Engels en stuur ze naar haar op ter beoordeling. Ze schrijft me terug dat ze heel erg geniet van het te lezen en er niet niet mee kan stoppen: “Je maakt een heel waarheidsgetrouw beeld van deze vrouw en het roept zoveel jaren later exact de gevoelens bij me op, die ik in die tijd ook had. Ik hoop dat je nog veel meer gaat schrijven, zodat ik deze vrouw nog beter leer kennen… “. Af en toe plaats ik een kleine teaser in dit blog en op Instagram, bijvoorbeeld over Salobreña in de jaren 50, over het eerste toerisme in “La Fonda” en over de Jetset aan de Costa Tropical in de jaren 70. Leuk als je deze verhalen op Instagram wilt volgen! Teresa neemt me ook mee naar de historische plekken in Salobreña, waar haar jeugd zich afspeelde en overal waar ik een foto neem, spreekt zij wel met een oude bekende vecino of wijst mij een huis en zegt dat er een neef of nicht van haar woont. 

We vieren de bouwvergunning voor ons nieuwste renovatieproject in Béznar in de Lecrín Vallei. 

Wij maken ons nu op voor een lekker druk naseizoen. We hebben overigens nog wel last-minute beschikbaarheid in Villa Merise in de periode van 3 tot en met 17 september. Mocht je iemand weten die nog een mooi vakantieadres zoekt voor deze periode, zeg het dan voort. Of kijk op onze verhuurpagina voor de beschikbaarheid en huurprijzen in een andere periode. 

Ook hebben we inmiddels de bouwvergunning gekregen voor ons nieuwste renovatieproject in Béznar in de Lecrín Vallei. Alles ín, óp en áchter deze gevel aan de citrusboomgaarden wordt binnenkort getransformeerd tot een authentiek en traditioneel gebouwd woonhuis! Het gehele dak gaat eraf om een dakterras te creëren met de beste en zonnigste views op de groene bergen en het meer. Hoe het zover is gekomen lees je in onze eerdere blogpost uit februari: Droomhuis in Spanje gezocht! 

Wij genieten nu van de zon en de laatste paar dagen van 'onze vakantie' in Villa Merise!

Hasta luego uit Salobreña.

Johan & Reijer